Informatie voor nieuwe vrijwilligers

De statushouder is zelf verantwoordelijk voor zijn of haar gedrag en daden. De vrijwilliger adviseert en neemt in principe geen beslissingen voor de statushouder. Het is belangrijk om te zorgen dat de statushouder goed begrijpt wat hij/zij tekent of wat er afgesproken wordt. Ook is het van belang om zo snel mogelijk, zo veel mogelijk zelf door te statushouder te laten doen. Op die manier leert hij/zij om zelfstandig te worden. Het werk dat je doet als vrijwilliger is vrijwillig, maar niet vrijblijvend. Dat betekent er op je gerekend wordt als je afspraken maakt met iemand van de WOS of met een statushouder. Komt er iets tussen of is er iets aan de hand, zijn er vragen of problemen, geef dit aan bij de sociaal werker. Communicatie in afspraken is erg belangrijk.

Als vrijwilliger van de WOS teken je een vrijwilligerscontract bij ContourdeTwern. In dit contract staan je rechten en plichten. Vanuit ContourdeTwern heb je recht op ondersteuning, scholing en een jaarlijkse vrijwilligersvergoeding. Ook is er voor de vrijwilligers een aansprakelijkheidsverzekering afgesloten. Meer informatie daarover vind je bij de sociaal werker.

Grenzen stellen

Als vrijwilliger moet je van begin af aan grenzen stellen; de statushouder is zelf eindverantwoordelijke over zijn of haar leven en de keuzes die hij of zij maakt. Wel heeft de WOS een opdracht op het gebied van maatschappelijke begeleiding. De verschillende taken die hierbij horen staan beschreven in de checklist. Het begeleiden van statushouders naar een winkel of naar instanties met de auto, fiets of met de bus is afhankelijk van de persoonlijke situatie van de begeleider en van het adres van de statushouder. Het gebruik van het openbaar vervoer vanuit Riel is bijvoorbeeld lastig. Belangrijk: de vrijwilliger is niet per definitie een verhuizer, bezorger, chauffeur of klusjesman. Je kiest zelf waar je wel en niet bij helpt. Er zijn statushouders die te gemakkelijk gebruik maken van de geboden hulp maar ook statushouders die je hulp echt hard nodig hebben, dat is per situatie verschillend. Probeer zo veel mogelijk te stimuleren dat de statushouders zaken zelf uitvoeren en dat jouw hulp ondersteunend en tijdelijk is. Denk na over wat voor band je met een statushouder opbouwt. Denk erover na of je je privé telefoonnummer geeft of niet en zo ja maak afspraken over wanneer en waarover de statushouder contact met je mag opnemen. Loop je tegen problemen aan, overleg dan zo snel mogelijk met de sociaal werker.

Sociaal

Je bent als vrijwilliger een belangrijk persoon voor de statushouders. Het kan zijn dat je de enige Nederlandssprekende bent waarmee ze informeel – vriendschappelijk contact hebben. De overige contacten zijn vooral met instanties en via de inburgeringscursus. Je bepaalt zelf wat voor soort band je opbouwt met de statushouder en de mate van afstand en nabijheid. Of je de statushouder bij je thuis uitnodigt, is een individuele beslissing. Wij adviseren dit niet te doen. Plan de contacten bij de statushouder thuis of op openbare plekken en op het zorgcentrum. Word je uitgenodigd om een keer bij de statushouder te komen eten etc., dan is het aan jou of je daarop ingaat. Zorg ook dat de statushouder kennis maakt met de buren en deze een keer uitnodigt voor thee of koffie. Het is belangrijk dat de statushouder contacten legt met Nederlandssprekenden, zodat de statushouder een eigen netwerk opbouwt en jou als vrijwilliger uiteindelijk niet meer nodig heeft. De natuurlijke neiging bestaat soms om in de eigen groep te blijven hangen. Voor het goed Nederlands spreken en het integreren in onze samenleving is dit niet bevorderlijk. Help de statushouder over de drempel heen om ‘slecht’ Nederlands te spreken!

Tips om te communiceren

Tips voor het communiceren met statushouders:

  1. Praat in korte, maar wel hele zinnen; “ik ga zitten op de stoel” en niet “zitten stoel”.
  2. Zeg de woorden los van elkaar, rijg niet de woorden aan elkaar want dan kan de statushouders het niet meer volgen.
  3. Doe de dingen voor die je zegt “ik loop naar het raam”, “ik doe het raam open”, “ik doe het raam dicht”.
  4. Vraag de statushouder die dingen na te doen; mensen doorvoelen dan de betekenis van bijvoorbeeld een werkwoord.
  5. Vertel steeds wat je doet “ik pak de pen”, “ik vul het formulier in”, “we lopen over straat”, enz.
  6. Vraag de statushouder om ook in korte hele zinnen te praten.
  7. Corrigeer gerust als de inhoud niet zo belangrijk is.